vrijdag 30 augustus 2013

Werkplekonderzoek. Alleen de werkplek, alleen een onderzoek?

Werkplekonderzoek.

Alleen de werkplek, alleen een onderzoek?


Binnen veel bedrijven, met name op de plaatsen waar veelvuldig gebruik gemaakt moet worden van beeldschermwerk, worden tegenwoordig werkplekonderzoeken verricht. Met het instellen van de werkplek worden (bureau)stoelen, bureaus, beeldschermen, toetsenborden, muizen op juiste hoogtes, (af)standen geplaatst. Daarnaast is het ook belangrijk dat er rekening gehouden wordt met goede verlichting, temperatuur, lichtinval, en voldoende ventilatie op werkplekken.
Deze maatregelen zijn bedoeld om het ontstaan van klachten aan met name het houding en bewegingsapparaat (spier- en gewrichtsklachten) en daarmee het ziekteverzuim te verlagen en zo mogelijk te voorkomen.
Het spreekt voor zich dat een goede stoel, en een goede werkhoogte klachten kunnen verminderen doordat bijvoorbeeld de wervelkolom met een goede ondersteuning duidelijk minder belast wordt. De doorbloeding van nekschouderspieren verbetert met een goede ondersteuning van de armen waardoor er minder snel spierspanningsklachten zoals hoofdpijn of klachten in de armen kunnen ontstaan.
De drie meest gemelde beroepsziektes in Nederland zijn:
klachten aan (nek)schouder en of bovenarmen
a-specifieke lage rugklachten
tenniselleboogsklachten.

Risicofactoren om bovenstaande klachten bij beeldschermwerkzaamheden te krijgen zijn onder andere een voorovergebogen stand van de nek, waarbij de nek meer dan 30 graden voorovergebogen is, langdurig (95%) van de werktijd zittend doorbrengen, en het langer dan 2 uur aaneengesloten verrichten van beeldschermwerk. Vier uur beeldschermwerk per dag kan al leiden tot gezondheidsklachten. Het gaat hierbij meestal om tintelingen of pijn aan nek, schouders, armen en handen, maar ook kramp, stijfheid en krachtverlies komen voor. Hierbij is het ook nog zo dat vrouwen en 45-plussers een verhoogd risico lopen. In Nederland wordt circa de helft van de beroepsbevolking regelmatig aan beeldschermwerk blootgesteld, waarbij één op de drie Nederlanders regelmatig of langdurig arm-, pols-, hand-, schouder- of nekklachten ervaart. Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten heeft dan ook geconstateerd dat naast repeterende werkzaamheden, beeldschermwerk de belangrijkste belastende arbeidsomstandigheid is.
Bovengenoemde feiten onderstrepen al heel duidelijk het belang van een goede werkplek. Er zijn echter, naast het goed instellen van de werkplek nog duidelijk meer factoren die een rol kunnen spelen bij het verminderen c.q. voorkomen van klachten ten gevolge van beeldschermwerk die vaak over het hoofd worden gezien. Waar men langzaam maar zeker van doordrongen geraakt is, is het feit dat regelmatig onderbreken van statisch zittend werk van groot belang is. Twee uur zittend werk is de maximale tijd dat beeldschermwerk achtereen gedaan zou mogen worden. Hierna zou of een pauze moeten volgen, of andere werkzaamheden die de statische houding onderbreken. Werkzaamheden achter bijvoorbeeld een laptop zouden al beperkt moeten worden tot maximaal 20 minuten omdat hierbij een goede houding sterk bemoeilijkt wordt doordat beeldscherm en toetsenbord aan elkaar verbonden zijn.

Een tweede belangrijk punt waar men bij bedrijven veel minder van op de hoogte is, is dat de werkdruk een grote invloed heeft op het ontstaan van klachten. Van een hoge werkdruk wordt gesproken wanneer een werknemer te weinig invloed op zijn of haar taken kan uitoefenen. Het is dus erg belangrijk dat een werknemer zelf mogelijkheden heeft om zijn taken in te kunnen delen, en mogelijkheden heeft om de hoeveelheid werk te reguleren. Hierbij spelen psychosociale aspecten ook nog een grote rol zoals bijvoorbeeld dreigend baanverlies, privéomstandigheden, en persoonlijkheidskenmerken; er wordt wel eens gezegd “Mensen die last van K.A.N.S.-klachten* krijgen zijn vaak de beste werknemers, zij gaan maar door en kunnen altijd nog een tandje hoger”.

* K.A.N.S-klachten zijn klachten van armen nek en schouders. Voorheen werd de term R.S.I. gebruikt, maar deze wordt bij voorkeur niet meer gebruikt binnen de gezondheidszorg.

 



Een derde aspect waar vrijwel volledig aan voorbij gegaan wordt is de kennis van de werknemer over het ontstaan van klachten, het inzicht in het functioneren van het lichaam én het belang van het leren gebruik maken van een werkplek die goed is ingesteld. Het is eerder regel dan uitzondering dat ondanks dat werkplekken goed zijn ingesteld, en er al veel door de werkgever is geïnvesteerd in (vaak kostbare) speciale bureaustoelen, de werknemer totaal geen weet heeft van zijn werkhouding. Hij gaat er vanuit dat deze goed zal zijn omdat de werkplek nagekeken en aangepast is. En toch ontstaan er klachten, of blijven klachten voortduren. Op dit gebied valt er nog enorm veel winst te behalen zowel op het gebied van de  gezondheid van de werknemer als op het gebied van kostenreductie ten gevolge van ziekteverzuim voor de werkgever. Inzicht krijgen in belasting en belastbaarheid bij werkzaamheden is voor veel mensen al een belangrijke stap in het veranderingsproces ten aanzien van het aannemen van andere, betere houdingen. Weten hoe spieren en gewrichten functioneren, en wat de invloed is van een verkeerde houding op de belasting van het lichaam,  is van even groot belang als het goed instellen van de werkplek zelf. Dit geven van inzicht en het leren aannemen van betere houdingen en bewegingen is echter een individueel proces. Elk persoon heeft een andere lichaamsbouw, verschilt in functiemogelijkheden wat betreft spierkracht, -lengtes, gewrichtsmobiliteit en verschilt in belastbaarheid zowel fysiek als psychisch. Vanuit dit oogpunt is het uitvoeren van een werkplekonderzoek vanuit oefentherapeutisch perspectief dus veel meer dan alleen het instellen van bureaustoelen, bureaus en overige instellingen zoals al eerder genoemd werden.
Een groot deel zal bestaan uit het bewust maken van de werknemer van zijn houding en bewegingsgedrag, en het aanreiken van tools waarmee hij deze kan veranderen. Ook zal hierbij het motiveren tot veranderen een belangrijke rol krijgen, mede omdat een werkplekonderzoek vaak door de werknemer gezien wordt als een kostenbesparing voor de werkgever, en niet als een gezondheidswinst voor hem zelf.
De term werkplekonderzoek is dus eigenlijk niet op zijn plaats. Een onderzoek omvat alleen het constateren van mogelijke oorzaken waardoor er klachten zijn ontstaan. Belangrijker is het vervolg hierop; het aanpassen van de werkplek, het begeleidingsproces van veranderingen bij de gebruiker van deze werkplek die wellicht van nog groter belang zijn.
Een vaak gehoorde opmerking van werknemers na de begeleiding vanuit de praktijk Oefentherapie Rosmalen is ook; “Nou snap ik ook waarom dat die stoel niet werkte”. 


“Slecht zitten kan toch, al heb je nog zo’n goede stoel, alleen is het op een goede stoel veel gemakkelijker”




Rosmalen, 30 augustus 2013. Praktijk Oefentherapie Rosmalen
© René Adam